Jan Kempenaers

Falling Vision
Jon Thompson


Jan Kempenaers and the Picturesque
Steven Jacobs


Spomenik, The Monuments of Former Yugoslavia
Willem Jan Neutelings


Recent ruins
Dirk De Meyer


Jan Kempenaers
Frank Maes


On Jan Kempenaers’ contemporary picturesque
Dirk De Meyer




Recent ruinsDirk De Meyer

Recent ruins
Dirk De Meyer


Ruïne en destructie drongen in de achttiende eeuw door tot de kern van het esthetisch discours. Ze werden, in de woorden van de Franse critica Annie Le Brun, “l’inquiétante végétation qui compose la forêt mentale vers le milieu du XVIIIe siècle.” Speciaal opgericht in landschapstuinen of afgebeeld op landschapsschilderijen werden ruïnes een essentieel onderdeel van het pittoreske, een nieuwe esthetische ervaring met voorkeur voor natuurlijke grilligheid.
 
De Belgische fotograaf Jan Kempenaers onderzoekt al enige jaren wat de relevantie kan zijn van het pittoreske voor een hedendaagse fotografische visualisering van de natuur. In een recente tentoonstelling in Mechelen toonde hij vooral landschappen, hier concentreert hij zich op ruïnes.

Centraal in de tentoonstelling staan de Spomeniks: gedenktekens opgericht in de jaren ’60 en ’70, tijdens het Tito-regime, ter herinnering aan de heroïsche Joegoslavische partizanenstrijd in de Tweede Wereldoorlog. Sinds begin jaren ’90 leidden de gewijzigde politieke omstandigheden tot diverse graden van verval — gevolg van loutere verwaarlozing, of bewuste vernietiging. Zo werden deze ooit sublieme en vaak gigantische sculpturen óók ruïnes van een ideologie.
 
Als proloog van de tentoonstelling is er de zwart-wit foto van de ruïne van een monumentale buste van Ferdinand Marcos. Het kolossale betonnen beeld werd in 1984 door de Filipijnse dictator tegen een bergwand opgericht, in pure Mount Rushmore emulatie, Het werd in 2002 opgeblazen — afhankelijk van de bronnen door linkse rebellen dan wel door schattenjagers op zoek naar het immense Marcos-fortuin.
 
Het laatste deel van de tentoonstelling confronteert de Spomeniks met andere ideologisch geladen ruïnes: een van de krijtrotsen naar beneden gestorte Duitse bunker in Normandië; een gestrand Noord-Koreaans vrachtschip, achtergelaten door de bemanning die het land ontvluchtte. En tenslotte de ruïne van het Haludovo Hotel in Krk, Kroatië: vervallen restant van de grandioze fusie van Tito-communistisch modernisme en hedonistische Amerikaanse pop-glamour. Bob Guccione, de baas van Penthouse, investeerde mee in dit hotel en zette er zijn schaars geklede modellen in als een “Cold War peace corps” — een ogenschijnlijke voorafspiegeling van latere Amerikaanse interventies.
 
De foto’s van Jan Kempenaers zijn geen louter documentaire beelden, maar artistieke creaties. Eerder dan de strenge inventarisaties van de Duitse school van de Bechers, is zijn referentiepunt de Amerikaanse new topographics: fotografen als Robert Adams en Lewis Baltz vervingen midden jaren ’70 in de blik op het landschap het romantische door het alledaagse. Baltz richtte zijn camera op gemarginaliseerde resten van de Amerikaanse cultuur, en zag fotografie als “a political technology of the gaze”. 
 
Kempenaers’ robuuste composities doen reflecteren over verval, vergankelijkheid, het statuut van een monument, de ideologische geladenheid van een sculptuur of de mogelijkheid tot het uitwissen ervan. Ze tonen beelden die de overgang gemaakt hebben van intentionele naar niet-intentionele monumenten (naar de kategorieën van Aloïs Riegls Die Moderne Denkmalkultus uit 1903). Hun statuut van politieke commemoratie of blinde zelfverheerlijking werd ingeruild voor neo-pittoreske ruines van pure, zij het gehavende, sculpturale schoonheid.